Er is niet alleen veel interesse, we boeken ook een mooie voortgang rondom de mini-warmtenetten! Dit schreven we vorige zomer al (zie update 2025), , maar is zondermeer ook van toepassing op afgelopen jaar. Ook nu delen we graag weer een overzicht van de ontwikkelingen die wij zien. Daarnaast vind je onderaan de blog ook een handig overzicht van de meest relevante publicaties en tools.

Veel dynamiek in de markt

De pilot projecten in Utrecht (6) en Zuid-Holland (4) naderen hun ontknoping. In Utrecht is een enorme slag gemaakt in de uitwerking van techniek en organisatie. Het goede nieuws: daar zijn goede en haalbare oplossingen uitgekomen. We zitten nu in de fase om tot een finale offerte voor bewoners te komen. Na een eerste ronde hebben we DWPK geselecteerd om deze offertes te maken op basis van de uitwerking van Sweco (voormalig VHGM). Max van Drunen van Evershed Sutherland helpt ons om alle aktes voor te bereiden voor de oprichting van de mandeligheden. Tenslotte werken we voor drie projecten aan een vergunning om hun bronnet in de openbare ruimte aan te leggen. Het ziet er nog steeds naar uit dat de eerste projecten in het laatste kwartaal kunnen worden gerealiseerd.

In Zuid-Holland zijn we met vier projecten ook een heel eind op weg met de detailuitwerking. Onze focus hier is uitvinden of we met de inzichten en tools uit Utrecht sneller door het proces kunnen. Daarnaast investeren we veel tijd in het onderwerp gemeentegrond, omdat dit voorwaardelijk is voor drie projecten. We zijn hier nu ook het proces gestart om meerdere offertes te krijgen. De inzet is om deze projecten in de eerste helft van 2027 te realiseren.

Wat zien we verder gebeuren om ons heen:

  • Er zijn weer een aantal mooie nieuwe voorbeelden daadwerkelijk gerealiseerd: dit betreft o.a. een mini-warmtenet met een damwand in Nieuwegein (link) en een bodem-miniwarmtenet in Wierden (link)
  • Meer proeftuinprojecten maken de keuze voor mini-warmtenetten. Na Hilversum de Meent (link) gaat dit ook om Haarlem Ramplaan (link) en Enkhuizen Gommerwijk (link)
  • Ook andere gemeentes zetten daar in hun wijkaanpakken op in. Mooie voorbeelden zien we bij de actielijn mini-warmtenetten van de gemeente Den Haag (link) en ZLT wijkaanpak van de gemeente Houten in de Polders (link)
  • Met aquathermie mini-warmtenetten wordt ook concrete voortgang geboekt. Warm door Water van de Natuur- en Milieufederaties heeft zeven pilots lopen en publiceerde een kennisdocument (link)

Inhoudelijke inzichten

Doordat de plannen steeds concreter worden en overgaan tot uitvoering wordt er veel geleerd. Hieronder een bloemlezing uit ervaringen en lessen van afgelopen jaar.

Mandeligheid als organisatieoplossing voor zelfbeheer

In Utrecht is systematisch gekeken naar drie mogelijke routes: zelfbeheer, een ESCO via een energiecoöperatie en een ESCO met marktpartner. Daaruit blijkt dat op korte termijn zelfbeheer en een ESCO met een marktpartner beschikbaar zijn. Beide opties hebben voor- en nadelen. Na afweging daarvan hebben alle zes projecten in Utrecht gekozen voor zelfbeheer. Dat betekent dat ze zelf investeren, eigenaar worden en het beheer aansturen. Hiervoor blijkt een mandeligheid een laagdrempelige organisatie- oplossing. In essentie worden dan twee zaken geborgd: (1) dat eigendom wordt overgedragen bij verkoop en (2) dat de eigenaar van de woning moet bijdragen aan het in stand houden van het systeem. Momenteel werken we aan de oprichting van de eerste mandeligheden. Daarbij is een aandachtspunt is dat alle hypotheekverstrekkers van de betrokken woningen akkoord moeten geven. Op de website van link vind je diverse rapporten die het keuzeproces onderbouwen en een modelakte voor de mandeligheid.

Technisch ontwerpen is vooral energetische uitgangspunten scherp krijgen

In Zuid-Holland hebben we door Sweco vooronderzoek laten doen naar de opbrengst van de bodem en inpassing in de ruimte. Dat levert inzicht op in o.a. wat een realistisch aantal woningen per lus is. Grofweg zijn dat er 2 of 3 per bodemlus bij bestaande rijwoningen. Daarbij heeft de keuze voor de lusvulling wel duidelijk invloed. Als de boordiepte echt krap is zal je vaker uitkomen op glycol (brine). Voor acht projecten zijn rapportages beschikbaar, voor wie aan de hand van praktijkvoorbeelden hier meer inzicht in wil krijgen (link).

Daarbij blijkt ook dat de keuze van bewoners duidelijke invloed heeft. Een belangrijk deel van het werk is scherp krijgen wat de huidige toestand is van de woningen en of bewoners nog willen investeren in extra isolatie, ventilatie of afgifte maatregelen. In Utrecht ontwikkelde Sweco een “menukaart” om inzichtelijk te maken wat de impact is van deze keuzes op de investering in het mini-warmtenet. In veel gevallen wordt dat substantieel goedkoper en kan dus een deel van de extra investering hiermee worden terugverdiend. Met deze uitgangspunten kan de warmte- en koude vraag van de woning goed worden bepaald.

Zoek tijdig samenwerking met een uitvoerende partij

De ervaringen met inkopen onderstrepen het belang om tijdig te gaan samenwerken met een uitvoerende partij. Installateurs zullen voor hun uitvoeringsontwerp alle uitgangspunten moeten valideren. Om dubbel werk te voorkomen kan het in sommige gevallen slimmer zijn de (detail)uitwerking bij hen te leggen. Het helpt wel als je als initiatief / vragende partij met duidelijke uitgangspunten komt (zie vorige paragraaf), maar een volledig ontwerp door een onafhankelijke partij zal in veel gevallen niet noodzakelijk zijn. Vroegtijdig samenwerken helpt ook om de goede verwachtingen naar bewoners te schetsen qua prijs / investeringen. Wij merken dat er nog behoorlijke verschillen zitten in calculaties en offertes.

Financiering kan helpen om een bredere doelgroep aan te boren

Veel deelnemers aan de pilots financieren de investering uit spaargeld. Een andere belangrijke groep kiest voor een lening bij Warmtefonds en SVn. Deze leningen -opgezet vanuit de overheid- bieden aantrekkelijke voorwaarden en een relatief simpel proces om af te sluiten en weer af te lossen.

Een inzicht uit de pilots is dat we de deelname kunnen vergroten door een stapsgewijze aanpak aan te bieden. Dat noemen we “alvast aanleggen”. Bewoners kiezen er dan voor om wel deel te nemen aan het aanleggen van het bronnet (lus en leidingen), maar later pas de warmtepomp te plaatsen. Deze oplossing aanbieden heeft in Utrecht 5-10% extra deelnemers opgeleverd. We zijn in overleg met Warmtefonds of deze maatregel ook kan worden gefinancierd.

Daarnaast troffen we enkele potentiële deelnemers die niet voldoende leenruimte hebben. De enige pasklare oplossing die wij vonden was de Energiebespaarhypotheek van het Warmtefonds. Warmtefonds stopt echter met het aanbieden van dit product, maar geeft aan te verwachten binnen afzienbare tijd een alternatieve oplossing te kunnen bieden voor deze doelgroep.

Inzet gemeentegrond kan beslissend zijn

Bij een deel van de projecten blijkt de inzet van de openbare ruimte belangrijk om het project haalbaar te maken. Dat geldt bijvoorbeeld soms als woningen geen voortuin hebben of als  er tussen de deelnemers één of meerdere woningen niet meedoen. Onze ervaring is dat dit voor gemeentes een nieuwe vraag is. Én dat op sommige plekken de openbare ruimte al erg vol is.

Ook voor initiatiefnemers is het inzetten van openbare ruimte vaak kostenverhogend. Daarom is de basisregel: eigen grond als dat kan. Maar in de gevallen dat eigen grond niet mogelijk is, kan gemeentegrond dus het verschil maken. Dit vraagt dan vervolgens afstemming over het ontwerp en afspraken over hoe na realisatie afstemming plaatsvindt met andere netbeheerders. De belangrijkste lessen over de afweging voor gemeentes en kaders voor de vergunning verzamelen we in een handreiking die waarschijnlijk richting het eind van het jaar wordt gepubliceerd.

Opschaling – hoe verder?

Met de beschreven lessen ligt er veel kennis voor gemeentes en initiatiefnemers om met mini-warmtenetten aan de slag te gaan. Onderaan de blog vind je een overzicht van belangrijke bronnen. Met NPLW wordt momenteel overlegd over een update van de landelijke handreiking met deze kennis en de organisatie van een koploperdag voor gemeentes en hun partners.

Nu de eerste lichting projecten het einde nadert komt nadrukkelijk ook de vraag in beeld wat er nodig is voor verdere opschaling. Onder leiding van Energie van Utrecht wordt gezocht naar financiering voor een plan om initiatiefnemers met een digitale tool voldoende inzicht te geven om zelf de kansrijkheid van hun project te beoordelen.

Zelf denk ik dat we moeten toewerken naar afspraken met een kopgroep van installateurs waar we via een gestandaardiseerde manier van werken snel en betrouwbaar offertes kunnen opvragen. En, het lijkt me heel helpend als we vervolgens kunnen aantonen dat we met deze aanpak voor de volgende 100 projecten met beperkte ondersteuningskosten (zeg max. €2.000 / woning) en beperkte doorlooptijd (zeg een jaar) van start naar finish kunnen. Wie samen zou willen werken aan de opschaling: laat het weten!

Overzicht van relevante publicaties en tools

Contact

Gerbert Hengelaar
06 835 47 950
g.hengelaar@next2company.com